Kunstmatige intelligentie (hierna: AI) is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Gespecialiseerd op diverse toepassingen in de digitale wereld. AI is werkzaam in uiteenlopende vormen, van chatbots die vragen beantwoorden tot systemen die muziek componeren of afbeeldingen maken. Denk ter illustratie aan een AI-systeem dat binnen enkele seconden een fotorealistische afbeelding genereert van een kat in een ruimtepak, of moeiteloos een rap schrijft over kaas.
Maar wat betekent dit voor het intellectuele eigendomsrecht (hierna: IE-recht)? Wie is eigenaar van wat AI maakt? En mag AI zomaar gebruikmaken van bestaand werk? In deze blog wordt de basis van het IE-recht uitgelegd in relatie tot AI.
Theoretische benadering van het IE-recht: kader van de Auteurswet
Het IE-recht beschermt de creaties van de menselijke geest. Hierin kan onderscheid gemaakt worden op vier verschillende niveaus met betrekking tot de bescherming van werken. De vier niveaus zijn:
- Auteursrecht: beschermt originele werken zoals boeken, muziek, films, foto’s en software;
- Merkenrecht: beschermt logo’s en merknamen;
- Octrooirecht: beschermt technische uitvindingen;
- Modellenrecht: beschermt het uiterlijk van producten.
Het belangrijkste principe is dat de maker van een werk exclusieve rechten krijgt. Volgens Auteurswet Artikel 1 heeft de maker het uitsluitend recht om zijn werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dat alleen met toestemming. Omdat makers veel tijd en creativiteit in hun werk steken, willen zij deze inspanningen logischerwijs beschermen tegen ongeoorloofd commercieel gebruik, zeker in een digitale context waarin kopiëren makkelijker is dan ooit.
Toepassing van IE-recht op AI als gebruiker
Het eerste punt en het meest voorkomende punt binnen de discussie rondom AI betreft het gebruik van data. AI-systemen leren door enorme hoeveelheden data te analyseren. Denk aan miljoenen teksten, afbeeldingen of muziekstukken. Maar veel van die werken zijn auteursrechtelijk beschermd. Mag een AI-systeem die zomaar gebruiken?
Het korte antwoord: niet zonder meer. Volgens de wet mag een werk niet zomaar verveelvoudigd of openbaar gemaakt worden. Het snijvlak waar de juridische problemen ontstaan, zit hem in de manier waarop AI-modellen worden getraind. Om te kunnen ‘leren’, moeten AI-bedrijven deze beschermde werken namelijk grootschalig scrapen, opslaan in databases en er (tijdelijke) kopieën van maken. Dit kopiëren en verwerken valt onder verveelvoudigen en kan dus inbreuk op het auteursrecht opleveren. Een actueel voorbeeld hiervan is The New York Times, die een rechtszaak aanspande tegen OpenAI omdat hun artikelen zonder toestemming zijn gebruikt om ChatGPT te trainen.
Er zijn wel uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld voor wetenschappelijk onderzoek of tekstanalyse, maar die zijn beperkt. In de praktijk ontstaan hierover dan ook steeds vaker juridische geschillen.
Analyse van eigenaarschap bij AI-creaties
Stel: een AI maakt een prachtig schilderij, schrijft een gedicht of componeert een liedje. Wie is dan de eigenaar van dat werk? Het probleem: auteursrecht beschermt alleen werken die door een mens zijn gemaakt. Een werk moet een “eigen, oorspronkelijk karakter” hebben en het “persoonlijk stempel van de maker” dragen. Dit betekent het volgende:
- Oorspronkelijkheid: het werk mag niet domweg ontleend zijn aan een ander bestaand werk.
- Persoonlijkheid: het moet het resultaat zijn van creatieve keuzes en menselijke scheppende arbeid.
Omdat AI geen mens is, kan het systeem zelf geen auteursrecht bezitten. Hierin kan onderscheid gemaakt worden op twee verschillende niveaus:
- Volledig zelfstandig: Als een AI volledig zelfstandig iets maakt, zonder menselijke creatieve input, ontstaat er geen auteursrecht.
- Als hulpmiddel: Als de AI slechts als gereedschap fungeert en de menselijke gebruiker zelf de daadwerkelijke creatieve keuzes maakt, kan het auteursrecht wel bij de menselijke maker komen te liggen. In dit licht is ook Artikel 6 van de Auteurswet interessant: als een werk tot stand wordt gebracht naar het ontwerp en onder leiding en toezicht van een ander, wordt die ander als maker aangemerkt.
Voorbeeld: een fotograaf die AI gebruikt om een foto bij te werken, blijft de maker. Maar iemand die alleen op een knop drukt en de AI het werk laat doen, heeft waarschijnlijk geen auteursrecht. De uiteindelijke beoordeling van het werkelijke makerschap hangt dus altijd af van de vraag wie de bepalende creatieve input heeft geleverd.
Praktische problemen en juridische vraagstukken
De opkomst van AI leidt tot nieuwe juridische vragen. Hieronder worden drie aspecten behandeld:
- Aansprakelijkheid: Wie is aansprakelijk bij inbreuk? Als een AI-systeem auteursrechtelijk beschermd materiaal kopieert of nabootst, is dan de ontwikkelaar van de AI, de gebruiker, of zijn zij beide verantwoordelijk? Dit zijn open juridische vragen die momenteel ontstaan aan de hand van de snelle opkomst van AI in het licht van het IE-recht. In de praktijk zal de rechtspraak zich hier nog over moeten buigen en zal het antwoord vaak afhangen van de specifieke gebruiksvoorwaarden van het AI-bedrijf.
- Transparantie: Volgens het Kaderverdrag van de Raad van Europa (Artikel 15) moeten mensen worden geïnformeerd wanneer zij met een AI-systeem in contact staan. Dit is belangrijk voor eerlijkheid en vertrouwen.
Technische bescherming: Makers kunnen hun werk beschermen met technische voorzieningen, zoals encryptie of kopieerbeveiligingen. Auteurswet Artikel 29a verbiedt het omzeilen van zulke beschermingen. Maar hoe voorkom je in de praktijk dat AI-systemen deze beschermingen tijdens hun trainingsfase tóch omzeilen?
Aanbevelingen voor de praktijk op basis van opgedane inzichten
Er is een duidelijke aanbeveling te formuleren om op de juiste manier met AI en IE-recht om te gaan. Het is cruciaal dat gebruikers zich bewust blijven van de rechten van anderen, ongeacht wat technologisch allemaal al mogelijk is.
Specifiek voor makers en gebruikers geldt dat menselijke creativiteit centraal blijft staan: alleen werken met voldoende menselijke input komen in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming. Dit roept tevens een verdiepende, interessante vraag op: is het simpelweg intypen van een tekstuele opdracht (een ‘prompt’) al voldoende creatieve inbreng, of is daar meer voor nodig? Hopelijk wijst in de toekomst nieuwe jurisprudentie dit uit.
Omdat de wetgeving zich momenteel nog volop moet aanpassen aan de razendsnelle ontwikkelingen rondom AI, is het voor nu vooral van belang dat we transparant blijven over het gebruik van deze systemen. Dit zorgt voor de nodige duidelijkheid en helpt om de fundamentele rechten van (menselijke) makers te blijven beschermen.
Heeft u naar aanleiding van deze blog nog vragen of heeft u andere juridische vragen, kom dan gerust langs op een van onze inloopspreekuren. Het is ook mogelijk om een afspraak te maken via de website. De actuele openingstijden vindt u op onze website.
Deze blog is geschreven door Daan Korsten. Daan is bachelorstudent hbo-rechten aan de Juridische Hogeschool.
